Extra Lees tip:
Lees Ezechiël Hoofdstuk 28:1-19 (kijk ook in de oude statenvertaling), met name vers 16 en 18. Dit stuk gaat over het handeldrijven van de cherub.
Wat denk jij over deze tekst?
Wat verhandelde de cherub?
Lees de blog en/of bekijk de video van deze blog
Zie jij een overeenkomst met de slang in de hof (vers 16)
Kun je handeldrijven met Satan?
En wat verhandelt hij dan?
Volgens Ezechiël 28 was Satan een handelaar. Satan was door God geschapen met eigen gaven en talenten. Net als bij ieder schepsel was het de bedoeling dat hij zijn gaven inzette tot eer en glorie van God. Maar dat deed hij niet. Hij verhandelde zijn gaven ter egoïstisch gewin. Satan deed dit om zelf de eer te verkrijgen die alleen God toekomt, en dat doet hij nog steeds. Het was zijn oneerlijke handel wat hem deed vallen. Wat verhandelde hij dan? Het enige wat hij kon verhandelen was datgene dat hij had gekregen.
-
- Hij was volmaakt in schoonheid
-
- Gevuld met wijsheid
-
- Hij was bedekt met de meest waardevolle edelstenen
-
- Een bediening van instrumenten (tamboerijn en pijp) was voor hem bereid
Hij handelt in schoonheid, geld, macht, wijsheden, muziek en roem.
In Ezechiël 28 is ook te zien wat er gebeurt met een mens wanneer hij handeldrijft met Satan. Satan wordt hier beschreven als de prins van Tyrus (een stad), en de koning van Tyrus wordt beschreven als de vorst van Tyrus. De beschrijving van de koning komt zeer overeen met de beschrijving van de cherub, satan:
“Je bent hoogmoedig geworden, je hebt gezegd: ‘Ik ben een god, ik zit op een godentroon, midden in zee. ‘je achtte jezelf een god gelijk, terwijl je een mens bent, en geen god. Zeker, je bent wijs, zelfs wijzer dan Daniël, geen mysterie blijft voor je verborgen. Door je wijsheid en inzicht ben je welvarend geworden en heb je je schatkamers met goud en zilver gevuld. Door je grote wijsheid en je handelsgeest heb je je rijkdom nog vergroot, maar die rijkdom heeft je ook hoogmoedig gemaakt.” Ezechiël 28: 1-5
De man die over Tyrus regeerde ontving van de cherub satan, wijsheid en inzicht, waardoor hij grote rijkdommen kon vergaren. De prijs die hij ervoor betaalde was de prijs van zijn ziel, die bezeten raakte met de geest van de cherub. Hij achtte zich een god gelijk en werd hoogmoedig net als satan.
In Jesaja 14: 12-14 lezen we over de hoogmoed van satan zelf:
“O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe lig je daar ter aarde neergeworpen. Je zei bij jezelf: ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste.”
Satan vond zichzelf zo geweldig, door zijn wonderbaarlijke kenmerken, dat hij vergat dat hij zelf is geschapen. Hij vond zichzelf net zo bijzonder als God en dacht dat hij God kon evenaren en zelfs overwinnen. Vanuit deze geest werkt hij ook op de aarde. De mensen die zich aan hem onderwerpen, voor macht, geld en roem, gaan zelfs geloven dat zij als een god zijn. Dit is de geest van de antichrist die al regeert in vele mensen met machtsposities op de aarde. Door dit handeldrijven krijgt satan de ziel van mensen in zijn greep. In deze tekst van Jesaja wordt hij ‘de overwinnaar van alle volken’ genoemd. Omdat, volgens de Bijbel, alle machthebbers en machtssystemen van alle volken aan hem onderworpen zijn. De enige koning die hij niet heeft kunnen onderwerpen is Jezus Christus, maar dat heeft hij wel geprobeerd. Zoals we lezen in Lukas 4:5-8:
“Toen bracht de duivel hem naar een hooggelegen plaats en liet Hem in één ogenblik alle koninkrijken van de wereld zien. De duivel zei tegen Hem: ‘Ik geef u de macht over dat alles en ook de roem die ermee gepaard gaat, want ik kan daarover beschikken en ik geef het aan wie ik wil; als u in aanbidding voor mij neervalt, zal dat allemaal van u zijn.’ Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “Aanbid de Heer, Uw God, vereer Hem alleen.”
Satan is dus een bedekkende cherub die probeert de voetstappen van Yeshua, het Evangelie, voor ons verborgen te houden. Aan de andere kant onthult hij juist wat hij eigenlijk voor ons zou moeten bedekken. Dat is kennis en wijsheid die niet voor ons is bedoeld. Of iig niet op de manier zoals hij het aanbiedt, zoals hij deed bij Eva in de hof. Naast macht, roem en rijkdom, zijn er veel mensen die verlangen naar kennis en inzicht en het doel van het leven. Zij beseffen niet dat zij zoeken naar de bron Yeshua, en dat in Hem alles te vinden is, waar hun wezen naar verlangt. Satan biedt een slap aftreksel van alle aspecten van God. Hij geeft mensen ook allerlei inzichten en spirituele kennis, maar dan vanuit het occulte, new age, spiritisme, esotheriek, meditatie en allerlei mystieke oosterse spirituele religies. Dit zijn allerlei zaken die de mensen bezighouden verblinden en binden. Het is verslavend maar zal nooit verzadigen en de rust bieden waar men naar op zoek is. Al deze kennis en wijsheid is dood, want Yeshua zit er niet in en Hij is het Leven. Wie Yeshua navolgt wandelt namelijk op het pad dat leidt naar het eeuwige leven, hij is de enige die je geest levend kan maken. Alle andere wegen, hoe interessant en mooi ze ook lijken, leiden uiteindelijk naar de dood. Zij houden de mens afgescheiden van God Zij bieden geen toegang tot het paradijs van God, waar het mensenhart naar verlangt, dat kan alleen door Jezus.
De Bijbel bestuderen is één onderdeel van onze bescherming tegen deze misleidingen. Maar dat is niet genoeg. We moeten ook persoonlijke tijd doorbrengen in de aanwezigheid van God. Het leren kennen van God van hart tot hart, door de heilige Geest, is de enige manier om de valse leringen van valse geesten te herkennen. Satan kent de kracht van de tegenwoordigheid van God als geen ander, want hij was een cherub. Daarom doet hij er ook alles aan om ons ervan te weerhouden in de rust bij God te komen, door ons met allerlei gebruiken en maniertjes af te leiden. Wij moeten prioriteit geven aan het simpelweg zitten aan de voeten van Jezus, Hem danken, eren en ons hart met Hem delen.
Jezus vertelde hun deze gelijkenis, maar ze begrepen niet wat hij bedoelde. ‘Daarom vervolgde Hij: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, ik ben de Deur voor de schapen. Zij die vóór Mij kwamen waren allemaal dieven en rovers, maar naar hen hebben de schapen niet geluisterd. Ik ben de deur: Wanneer iemand door Mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in- en uitlopen, en hij zal weidegrond vinden. Een dief komt alleen, om te roven, te slachten en te vernietigen maar Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.
Johannes 10: 6-10